
Ik ben een van de weinige Nederlanders die niet aangestoken is door de voetbalgekte van het moment. Als ik alleen thuis ben, denk ik er nog niet eens aan om naar een wedstrijd te kijken. Natuurlijk vind ik het leuk als Nederland wint, zo chauvinistisch ben ik ook wel, maar om te gaan huilen bij verlies. Nee, dat gaat me toch een beetje te ver. En het is niet dat ik er bewust niet naar kijk, ik heb er gewoon geen erg in.
Ook het versieren van mijn huis is iets dat ik echt niet ga doen. Gelukkig is er in mijn straat niemand die dit graag wil maar anders zou mijn huis kaal hebben afgestoken. In sommige straten zijn de oranje vlaggetjes van huis naar huis gespannen en rijd je onder een heel oranje dak door. Ik vraag me dan altijd af of die mensen de rest van het jaar ook zo harmonieus met elkaar samenleven. Want dat is toch wel bijzonder, hoe zo’n Europees kampioenschap kan verbroederen. De NAC-fans staan schouder aan schouder met de Willem II-fans op de camping en in het stadion. En slaan elkaar vriendschappelijk op de schouder. Tijdens de competitie slaan ze elkaar op het gezicht. Ik snap daar heel weinig van.
Oh, prima dat voetbal verbroedert, zeker. Maar kan dat dan ook niet tijdens gewone wedstrijden. Of moet dan allemaal echt met verbaal geweld. Zelfs bij de jeugd zijn de verwensingen niet van de lucht. Vaders die zelf het idee hadden dat ze Johan Cruijff de tweede waren maar daar jammerlijk in zijn mislukt, brullen nu naar hun kind dat hij breed moet spelen. Of zoiets, ik heb er geen verstand van. Scheidsrechters die bedreigd worden. Niet bij het EK maar bij de amateurs. Hoe dan? Iemand maakt een fout, dat wordt gezien, de scheidsrechter fluit en hup, weer door. Zo moeilijk is het toch allemaal niet. Zeker niet als er alleen maar de eer van je club vanaf hangt. En niet je leven.
Nee, ik vind het maar een raar fenomeen. Ik hoop dat Nederland ver komt, het zou leuk zijn om weer eens kampioen te worden. En als dat niet lukt, tja, dan is dat pech. Dan kan alle oranje zooi weer in de kast tot het volgende evenement. En dan gaan we weer over tot de orde van de dag.




