Oude tijden

Goh, dat was lang geleden, dat ze op de camping waren geweest. Hij had de weg ernaartoe niet eens meer zo herkend. Toen ze het hobbeldebobbel-grind opreden, had hij toch even moeten kijken. Zou het echt zo zijn? Maar inderdaad, ze reden tussen de stenen pilaren de camping op. Hij had wel van het vrouwtje gehoord dat er heel veel veranderd was. Er zouden dus wel niet veel vriendjes zijn. Maar ach, op de camping was altijd wel wat te beleven.

Het vrouwtje sliep met haar vriendje in een huisje dus hij mocht lekker bij het zusje van het vrouwtje logeren, in de caravan. Haar man was altijd wel in voor spelen dus dat was leuk. En meestal mocht hij ook wel even op bed ’s morgens. Nee, de vooruitzichten waren goed.

Jammer wel dat het niet zo’n mooi weer was. Het vrouwtje had nog de broek aan waar ze mee gewerkt had, hm, dat was niet zo slim. Kaatje hoefde maar een keer tegen haar benen te springen en het zag er allemaal niet meer zo schoon uit. Gelukkig vond niemand het erg, Kaatje kreeg niet op haar kop.

Kaatje kreeg wel het hele weekend een andere naam. Ze noemden haar Houdini. Geen idee wie dat nou weer was. Hij dacht wel dat het te maken had met het feit dat Kaatje door ieder klein gaatje kan ontsnappen. En dat meisje kan hard rennen! Dat is echt niet normaal. Alle mensen gingen er dan achteraan maar ze waren allemaal kansloos. Pas als Kaatje terug liep in hun richting, konden ze haar pakken. Maar dan moesten ze wel echt samenwerken. Een keer hurkte de man van vrouwtjes zusje om Kaatje te vangen en het leek er op of Kaatje gewoon over hem heen sprong. Natuurlijk nam ze wel een bocht maar het zag er heel komisch uit. Ach, het vrouwtje zag er niet uit alsof ze het heel erg vond. Ze was alleen maar bezorgd dat Kaatje iets zou overkomen. Stel dat ze tegen een auto aanloopt, daar moet je toch niet aan denken. Dus riepen ze steeds ‘klop, klop, is Houdini vast?’ En dan deden ze pas de tent open.

Hij moet er toch eens achter zien te komen wie die Houdini is.

Het was gezellig. Maar het was ook wel weer vermoeiend. Zes mensen en een klein hondenmeisje in de gaten houden, poeh. Het was een hele roedel. En normaal mag hij niet in de bench, omdat die van Kaatje is, maar nu mocht hij er toch wel een tukje doen. Gelukkig maar, het was soms echt nodig.

Zorgzaam, deel 1

Ik ben niet van de zorg. Ben er ook niet handig in. Ik heb huizenhoog respect voor mijn jongste zus die dat wel is. Zij maakt dingen mee die ik in mijn werk nog nooit heb gezien. Als de mensen waar ik voor werk dat zouden doen, zou ik denk ik gillend weglopen. Of heel hard gaan lachen, dat kan natuurlijk ook.

Maar sinds kort ben ik tegen wil en dank wat meer ingeburgerd geraakt in de wereld van de verzorgingstehuizen. Een oud familielid heeft zijn heup gebroken en is daarna opgenomen op een psycho-geriatrische afdeling van een verzorgingstehuis. Hij raakte steeds verder in de war en het was niet verantwoord om hem nog langer zelfstandig te laten wonen. Gelukkig was er snel plaats.

Dus ging ik, op een vrijdagmorgen, heel optimistisch even verhuizen. Hoe lastig kon het zijn, je zet de man in zijn rolstoel, duwt hem van de ene afdeling naar de andere en zorgt dat zijn spulletjes over komen. Natuurlijk wist ik dat er wat meubels van thuis gehaald moesten worden maar ach, dat was ook een kleine moeite, toch. Maar het liep weer heel anders dan ik in mijn onschuld had gedacht. Want in zo’n kamer staat echt helemaal niks. Ja, een bed, maar dat is dan ook echt alles. Ik weet niet wat ik had verwacht, misschien een stoeltje, krukje, tafeltje maar nee, niks van dat al. Het was gewoon zielig om de arme man daar achter te laten. Dus zeulde ik hem maar mee naar de woonkamer. Hij stribbelde niet eens veel tegen terwijl hij eigenlijk niet van de vreemde mensen is. Waarschijnlijk was hij zo van zijn stuk dat het hem niet opviel.

Mij wel, het gezelschap dat er zat was heel bijzonder. We werden uitgebreid bestudeerd en welkom geheten. Ik liep nog een paar keer op en neer om spullen te halen. Daarna beloofde ik om zo snel mogelijk spullen van thuis te brengen. En werd ik door de hele goegemeente uitgezwaaid.

Er wordt wel gezegd ‘onze lieve heer heeft rare kostgangers,’ maar ik hou het voorlopig maar bij ‘onze lieve heer heeft een heel vreemd gevoel voor humor.’ En dat bedoel ik helemaal niet respectloos. Absoluut niet. Wordt vervolgd.

Auto’s

Mijn maatje hield van mooie auto’s. De eerlijkheid gebiedt me dan ook te zeggen dat we daar regelmatig behoorlijk wat geld aan uitgaven. Een cabrio, een 4×4 terreinwagen, een pick-up, het is allemaal voorbijgekomen. Ik kon er ook echt van genieten. Zelf had ik het liefst een klein karretje waar ik makkelijk boodschappen mee kon gaan doen.

Na het afscheid van mijn maatje moest ik dan ook kiezen, hield ik mijn kleine autootje of hield ik de, al wat oudere, RAV waar mijn maatje mee reed. Uit praktisch oogpunt heb ik toen maar besloten om de RAV te houden. Van alle gemakken voorzien, leren bekleding wat handig is met de honden, veel ruimte achterin. En een fijne auto om mee te rijden. Hij is een beetje dorstig, dat wel. Toch is dat hem vergeven want verder is hij helemaal top. Hij heeft wat krasjes en deukjes rondom maar ach, dat heb ik ook tenslotte.

Het is ook op een of andere manier ook wel een prettig gevoel, mijn maatje heeft nog met deze auto gereden. Het is natuurlijk onzin maar het lijkt daardoor net of hij veiliger is. Dat de auto me brengt waar ik zijn moet, omdat mijn maatje dat wil. Ik weet wel dat ik dat allemaal zelf verzin, heus wel, maar fantasie is mijn trouwe reisgezel. Daar ga ik echt geen afscheid van nemen.

Dus toer ik vrolijk rond met mijn luidruchtige, immer dorstige, oude metgezel. Ik ben inmiddels ook goed aan het formaat gewend en parkeer de auto waar ik hem hebben wil. Zoals laatst, bij de supermarkt in het dorp. Even een pakje ophalen. Er was wat reuring op de parkeerplaats dus ik keek nieuwsgierig rond. Ken je het type man, beetje kalend, iets te dik, maar wel een schreeuwend shirt aan. Een te korte lange broek, geen sokken in zijn sneakers. Kortom, zelfverzekerd. De sleutels van zijn Tesla in zijn hand. Wel grappig dat hij die op het moment dat ik keek afgaf aan de man met de auto-ambulance. En daarna redelijk schichtig om zich heen scande. Je zag hem denken, ‘hopelijk zijn er niet toevallig bekenden in de buurt.’ Want daar sta je dan, met je fancy vervoermiddel. Dat dan toch niet blijkt te starten. Ik liep hem een paar minuten later vriendelijk groetend voorbij en stapte in mijn oude auto. Met een druk op de startknop sloeg de motor aan. In één keer. Automaat in Drive en wegrijden. Ik onderdrukte de neiging om nog even tegen de man te zwaaien. Dat zou wel heel erg sneu zijn geweest.

Familiefeest

Bij mijn moeder in de familie heerst de goede gewoonte om mijlpalen te vieren. Dus toen onlangs haar jongste broer de tachtig aantikte, viel er een uitnodiging in de bus. Omdat mijn moeder niet meer zo heel mobiel is, was de uitnodiging ook aan mij gericht. Ik functioneerde als chauffeur en ondersteunende arm bij het lopen. Dat klinkt alsof ik het een opgave vond maar dat is helemaal niet waar. Ik verheugde me er op. En ik werd beslist niet teleurgesteld.

Sowieso is het leuk om weer eens mensen te ontmoeten die je normaal gesproken niet zo vaak tegen komt. Sommigen geen spat veranderd, anderen stiekem toch ook wel wat ouder geworden. Waarschijnlijk denken ze van mij hetzelfde. Van dat ouder worden dan hè.

Er was voor ieder wat wils. Natuurlijk begonnen we met koffie en speciaal voor de jarige ontworpen gebakjes. Heerlijk om die oudjes te zien peuzelen. En oudjes, dat klinkt misschien niet respectvol, maar zo is het absoluut niet bedoeld. Alleen was ik een van de jongere in het gezelschap. En dat wil toch ook wel wat zeggen. Later zaten de meesten heel tevreden aan een drankje. De uitgebreide lunch zorgde ervoor dat er niemand omviel. En dat mijn moeders nieuwe outfit naar de stomerij moest.

Het was ook heerlijk om met mijn nicht, die ik ook al in geen eeuwen meer had gezien, bij te praten. Ook over onze moeders, zussen van elkaar, en hen goedmoedig te plagen met het feit dat ze toch echt wat ouder worden. ‘Vertelt jouw moeder ook alles een paar keer?’

‘Oh ja, zeker. En ze is niet te stoppen, het verhaal moet worden afgemaakt.’

De jarige was echt jarig en stond in het middelpunt. Hij genoot zichtbaar. Af en toe zag ik hem heel tevreden rond kijken. Dit was dan toch allemaal maar ter ere van hem. En hij was niet de enige die genoot, ik deed dat ook, met volle teugen.

Later die middag heb ik mijn moeder weer thuis afgezet. Ik geloof dat ze best moe was. En ik denk niet dat ze die middag verder nog veel gedaan heeft. Gelijk heeft ze, ze is tenslotte niet meer de jongste. Dat is niemand van haar gezin. Maar ze zijn nog best met een behoorlijk aantal, en dat kan toch niet iedereen zeggen.