Kaatje van Gogh

Een tijdje geleden heb ik met Stef een workshop schilderen gevolgd bij de Hondenschool waar ik met Stef en Kaatje kom. Stef heeft jarenlang behendigheidslessen gevolgd en Kaatje moest natuurlijk naar puppycursus en de cursus Gehoorzame Huishond. Als ik dat vertel tegen mensen, beginnen ze direct te lachen. Maar Kaatje luistert heus wel goed hoor. Ze is alleen af en toe een stout meisje.

Dus toen ik de aankondiging zag voor een nieuwe schilderworkshop, heb ik me gelijk samen met Kaatje aangemeld. Het schilderij dat ik met Stef had gemaakt, was super en ik was benieuwd hoe dat samen met Kaatje zou gaan. Die is wat onbesuisder dus de uitdaging leek me wel wat groter.

Kaatje vond het sowieso al geweldig dat ze mee mocht. In de auto zitten vindt ze wat minder. Niet dat ze bang is, of ziek, maar het is een ernstige zaak. Ze zat heel bedachtzaam mee te kijken. Totdat ze zag waar we naar toe gingen. Toen was het enthousiasme nauwelijks te onderdrukken. Want de dame die de hondenschool leidt, is absoluut favoriet bij Kaatje. Dan ziet ze niemand verder staan. En daar gingen we nu naar toe, ze had het heus wel in de gaten.

Na de enthousiaste begroetingen en het kennis maken met de andere honden was het dan zo ver. Ik deed verf op het doek, dat ging in een plastic zak en Kaatje mocht er overheen stappen. En met haar neus snuffelen om zo de snoepjes van het doek af te halen. Het is echt zo leuk om te doen. Je bepaalt zelf de kleuren maar de hond maakt er een heel eigen compositie van.

Als ik om me heen keek, zag ik heel veel verschillende honden met heel veel verschillende manieren van schilderen. Sommigen stapten heel bedachtzaam over het doek. Anderen gingen er op zitten of liggen. Kaatje moest ik natuurlijk in bedwang houden. Die zou in haar enthousiasme alle verf vertrapt hebben. Want wat niemand voor elkaar kreeg, lukte Kaatje wel. Ondanks alle voorzorgsmaatregelen zat er toch lichtblauwe verf in haar zwarte vacht. Ze was ook behoorlijk bekaf toen ze thuis kwam. Al die indrukken, het was veel.

Maar, de schilderijen zijn mooi geworden. Ze liggen nu in de garage te drogen. En nu ga ik op zoek naar mooie lijsten. Want ze verdienen zeker een mooi plaatsje aan de muur.

Lomp

Ik heb altijd van Stef gezegd, ‘hij is heel lief, maar ook heel lomp.’ Hij doet altijd zijn kop omhoog als jij je vooroverbuigt naar hem. En zijn kop is hard. Bovendien is hij onstuimig. Hij bezorgt me regelmatig blauwe plekken. Maar dat was voor dat Kaatje bij ons kwam wonen. Want ik heb mijn mening over Stef toch echt bij moeten stellen. Hij is nog altijd lief, de liefste hond van de hele wereld. Maar lomp, dat valt eigenlijk best wel mee. Dat dacht ik altijd maar ik had geen vergelijkingsmateriaal. Want als je het over lomp en onbehouwen hebt, dan moet je toch echt bij Kaatje zijn. Ze is eigenlijk een beetje een gespleten persoonlijkheid. Aan de ene kant is het een heel lief en knuffelig meisje. Maar aan de andere kant is het die stuiterbal die met de snelheid van het licht door het hondenluik naar buiten knalt. Wat de reden is dat ik alweer een nieuw deurtje heb moeten bestellen. Het vorige deurtje is overleden. Eerst brak ze de tochtrand af. Die was al niet meer zo sterk omdat ze die net nadat het deurtje was geplaatst al onderhanden had genomen. De duct-tape heeft het toch nog een paar maanden gehouden. Maar nu was het weer klaar. Dus ik nam me voor om een nieuw te bestellen. De klep zat er nog dus het tochtte alleen maar een beetje langs de randen.

Het voornemen werd al snel urgent. ’s Avonds brak ook de klep in stukken en zat er weer een groot gat in mijn achterdeur. Nog een geluk dat het geen winter is.

Stef en Kaatje zelf vinden het wel makkelijk, ze kunnen nu helemaal eenvoudig naar buiten. En ik vertrouw er maar op dat er geen vreemde dieren naar binnen komen. ’s Nachts sluit ik het gat toch maar voor de zekerheid af. Stel je voor dat je ’s morgens beneden komt en er ligt een vreemde kat op de bank te tukken. Het zou al snel een heel spektakel worden, met Stef die de indringer zo snel mogelijk weer naar buiten wil hebben.

Er zijn aluminium deurtjes, maar die passen dan weer net niet in het gat dat er nu eenmaal al in de achterdeur zit. Voorlopig ben ik dus veroordeeld tot de kunststof exemplaren. Die ieder jaar wel weer vervangen zullen moeten worden. Het is niet anders.

Oma’s eetclub

Ik kom uit een gezin van vrouwen. Vier dochters, twee kleindochters, geen mannelijke nazaten. En omdat mijn vader, helaas, al vijfentwintig jaar niet meer bij ons is, is het een echt vrouwenbastion. Om dat te vieren, en omdat ze het gewoon ook heel gezellig vindt, wil mijn moeder graag een paar keer per jaar gaan lunchen. Met de dames, zoals zij dat noemt. Het valt nog niet altijd mee om een datum te vinden dat iedereen kan maar met wat goede wil is het nog altijd wel gelukt.

Vorige week was het weer zover. We hadden gereserveerd en iedereen zou om 12.00 uur present zijn. Ik ging mama ophalen, dat is praktisch, haar rollator past prima in mijn auto.

‘Die kun je inklappen hè.’

‘Ja mam, maar dat hoeft niet, dat past zo ook.’  

Toch lief dat ze me daar iedere keer weer op wijst.

Bij het restaurantje aangekomen was het zoals altijd weer passen, meten en puzzelen maar even later zaten we dan toch allemaal. De rollator werd door de vriendelijke eigenaar geparkeerd en we konden gaan beslissen wat we wilden eten. De uitgebreide kaart bood keuze genoeg. Op zo’n moment zie je mijn moeder gewoon genieten. Op de vraag wat ze wilde drinken, kwam ook een gedecideerd antwoord.

‘Ik wil ook graag een glas witte wijn.’

Nou nou, mam. Nee, heerlijk toch. Lekker genieten.

En dat doet mijn moeder dan ook. Ze kijkt, luistert, vertelt. En zeker, het halve restaurant moet verbouwd worden als ze even, aan de arm van mijn jongste zus, naar het toilet moet. Maar hé, als je 87 jaar oud bent, dan mag dat.

Na een paar uur eten, drinken, kletsen en lachen lopen we dan weer terug naar de auto’s. Mijn moeder in het midden. Een van mijn zussen merkte op, ‘daar loop je dan mam, met al je vrouwen.’ En inderdaad, ze was trots. Trots op ons maar ook toch op zichzelf.

Ik weet zeker dat ze de rest van de middag en avond niet veel heeft gedaan. Zo’n middag is best een aanslag en daar moet ze toch even van bijkomen. Maar het is het dubbel en dwars waard. Ik weet zeker dat er een volgende keer komt. Gelukkig.

Verjaardagen

Toch blijven verjaardagen een raar ding. Als je jong bent, kun je niet wachten. Wacht maar tot ik achttien ben, wacht maar tot ik eenentwintig ben. Uitgaan, een drankje doen, zelf dingen beslissen, het kan niet snel genoeg. Later verandert dat weer, dan zucht je eens diep als je dertig wordt, of als je veertig wordt. Daarna wordt het zelfs nog erger. En eigenlijk is het maar een getal. Want je voelt je echt niet ineens anders.

Ik ben ook niet zo van het vieren. Een feestje is gezellig maar omdat nu uitgerekend op je verjaardag te doen. Vroeger had ik ook altijd al een hekel aan familieverjaardagen. Dat we mee naar opa en oma moesten. Ik weet niet eens meer of we daar dan taart kregen. Het zal wel. Maar al snel werden wij kinderen naar buiten gebonjourd en moesten we ons daar maar vermaken. Nog een geluk dat we veel nichtjes en neefjes hadden.

Sommige verjaardagen waren wel gezellig, als je mensen tegenkwam die je eigenlijk maar één of twee keer per jaar zag. Maar meestal waren het toch verplichte nummers waar je vaak maar moeilijk onderuit kon. Vooral als het ging om wat oudere familieleden. Ik zal nooit de verjaardagen van tante Tina in het bejaardenhuis vergeten. Allemaal oudjes, de een had nog meer ziektes en kwalen dan de ander en die moesten allemaal besproken worden. In de auto terug naar huis hadden we dan wel weer veel plezier. Al die krakende bessen bij elkaar.

Nee, ik heb me voorgenomen, ik vier alleen nog maar kroonjaren. En ook niet meer thuis. Dat iedereen zwaait en zegt dat het gezellig was en dat je zelf met een diepe zucht denkt, ‘laat ik dan toch maar aan het opruimen slaan want morgen moet ik de restjes eisalade zo uit die schaaltjes bikken.’ Geen denken aan, gewoon ergens lekker met familie en vrienden gaan eten. Volgend jaar is het weer zo ver.

Gisteren zou mijn maatje eenenzestig jaar oud zijn geworden. Dat zou hij vast ook niet gevierd hebben. Natuurlijk denk ik op zo’n dag weer meer terug. En dan hoor ik hem weer zeggen, ‘uiteindelijk word je maar één dag ouder hoor Mach.’