
Van oudsher ben ik niet gezegend met groene vingers. Anders dan bij mijn moeder gaan de plantjes die ik verzorg regelmatig ter ziele. Of te veel water, of te weinig water, ik ben er niet handig in. Dat was vroeger op school al niet. Op de lagere school hadden ik en mijn klasgenoten vaak om en om de taak om voor de planten te zorgen. Het was te zien, de een was nog armetieriger dan de ander. In de vakantie gingen de planten mee naar huis. Zes weken geen water, dat overleeft zo’n arm ding natuurlijk sowieso niet. Door de goede zorgen van mijn moeder ging zo’n plant dan na de vakantie volledig opgeknapt weer mee terug. Een grotere metamorfose was bijna niet voor te stellen. ‘Je hebt zeker een nieuwe gekocht,’ mijn klasgenoten waren vaak heel jaloers.
Later, in mijn eigen huis, was het al niet veel beter gesteld. Bij het doen van boodschappen kreeg ik regelmatig van mijn moeder een plant. Ze kocht er dan ook een voor zichzelf. Eigenlijk was het niet eerlijk, want als ik dan bij mijn moeder kwam, liet ze me vol trots zien hoe goed die plant het deed. Stink-ding. Want bij mij thuis lagen natuurlijk de eerste blaadjes alweer naast de pot.
Tegenwoordig gaat het wel wat beter maar soms kan ik nog wel eens zuchten. Gelukkig heb ik de laatste tijd een reuze-excuus. En dat heet Kaatje. Kaatje is een echte vegetariër. Een bakje met bolletjes dat op tafel stond was vakkundig uitgegraven. De velletjes en scheuten lagen er nog maar de bolletjes waren opgegeten. En het ergste was, het bakje stond op de eettafel. Dus Kaatje kan echt heel goed springen.
Bij alle planten die nu het loodje leggen, kijk ik eerst onderzoekend naar mijn kleine hondje. Die kijkt me dan heel trouwhartig aan. Want het is echt niet altijd haar schuld. En bovendien is het vaak sterker dan zij is. Daar kun je niks aan doen, dat gebeurt gewoon. Ach, Stef heeft in zijn jonge tijd ook heel wat hortensia’s gekortwiekt, maar dat was ik eigenlijk alweer vergeten. En als het blijft bij wat plantjes, wat ik dan nog kan gebruiken als excuus als ik het zelf weer eens verprutst heb, dan mag ik toch echt niet klagen.




