Lente

Ondanks het vreselijke weer van de afgelopen dagen zit er toch al een beetje lente in de lucht. Ik hoor de meerkoeten al weer bezig in de haven en ik ruik het ook al een beetje. Ik weet niet, winter ruikt anders dan lente. Het lijkt wel of je in de winter helemaal niks ruikt. Behalve natuurlijk als het gesneeuwd heeft en de hele wereld lijkt nieuw. Maar als het regent en stormt, zoals de afgelopen weken, dan valt er buiten weinig te beleven.

Zoals ieder jaar kan ik niet wachten om weer aan de slag te gaan in de tuin. Ik wil harken, opruimen, potten vullen en bloemen planten. Er moet weer kleur komen. Helaas, als ik dan in mijn tuintje rond kijk, valt er nog weinig plezier te beleven. Je zakt zowat tot je enkels in de modder. Gelukkig hebben de stokrozen en de lupines het overleefd. Maar de canna ziet er uit alsof er een bulldozer overheen is gereden. Arme plant. Hij is zo dapper blijven groeien nadat Kaatje hem vorig jaar halveerde. Het zal toch niet zo zijn dat hij nu alsnog het loodje gaat leggen.

Maar, de hortensia’s lopen al uit. Ook die zijn vorig jaar gehalveerd, maar dan door mijn eigen snoeischaar. Ik hoop dat ik dit jaar wel bloemen krijg. De ene kenner zegt van wel en de andere kenner zegt van niet. Ik wacht maar af. Het snoeien was nodig dus het is niet anders.

Toch is dit ook wel weer de tijd dat ik mijn maatje meer mis. Ook hij kon niet wachten tot het lente werd. Dan konden we tenminste weer naar de Ardennen. Naar zijn geliefde plekje aan het water. ‘Als het maar eens half maart is, dan gaat het weer de goede kant uit.’

Ik mis ook mijn vriendin. In de lente deden we weer een dagje sauna samen. Naast heerlijk relaxen ons ook verbazen over alles wat groeit en bloeit en ons altijd weer boeit.

Wat kan een leven toch veranderen. Vroeger stond ik te springen als het lente werd, ik kon niet wachten. Dat gevoel is er nog steeds wel, maar nu is er ook een gevoel van melancholie. Het is allemaal zo anders geworden. Het is ook goed maar het is anders. En daar ben ik nog steeds niet aan gewend.

Oud mannetje

Hij wordt nu echt een oude man, mijn grote vriend Stef. Niet alleen door zijn grijze snoet maar ook door zijn gedrag. Hij hoeft niet zo nodig meer uren te lopen en hij hoeft ook niet meer te rennen. Als je hem van de riem laat, rent hij voor de vorm een stukje en komt dan weer gezellig bij je lopen. Hij vindt het heerlijk om op zijn comfortabele (nieuwe) kussen naast mijn bureau te liggen als ik thuis aan het werk ben. Ach, hij is tenslotte ook al elfenhalf jaar oud. Voor een hond een hele leeftijd.

Omdat ik vond dat hij ook af en toe wat stram ging lopen, maakte ik toch maar een afspraak bij de dierenarts. Want tja, het kan natuurlijk goed zijn dat hij beginnende artrose heeft. Ik zou er niet van staan te kijken. En ik snap dat daar weinig aan te doen is maar wellicht kunnen we hem iets geven om hem te ontlasten. Want mijn ventje mag natuurlijk geen pijn hebben. Dat zou vreselijk zijn.

Dus mocht hij vrijdag mee. Zonder Kaatje. Dat vond hij prima, dat kleine drakenkind mag toch al altijd mee. Het is ook wel eens lekker om zo samen met het vrouwtje op pad te gaan. Tot ik hem zag denken ‘Ai, maar dat was niet de bedoeling. Gingen ze weer naar dat gebouw waar het zo raar ruikt. En waar mensen steeds in zijn lijf knijpen of rare dingen in zijn neus spuiten. Laatst hadden ze gewoon een stuk van zijn haar afgeschoren. En het duurde toch lang voordat dat weer was aangegroeid, onvoorstelbaar.’ Arme hond, zo voor de gek gehouden.

En dan zie je toch weer wat een superhond mijn Stefke is. Hij doet niet lelijk en stapt gelaten mee naar binnen. Hij bromt niet, gromt niet en is gewoon lief voor iedereen die hij tegenkomt. Hij vindt het wel allemaal superspannend en dat is te horen. Maar dat levert hem ook weer snoepjes op want alle assistentes vinden hem schattig. De stinkerd.

Helaas werd er inderdaad beginnende artrose geconstateerd. In diverse gewrichten. En dus gaat Stef aan de medicatie. Over twee weken gaan we weer terug om het vervolgtraject te bespreken. Het maakt me niet uit wat dat is. Als Stef er maar wel bij vaart. Want ik wil hem nog lang niet kwijt, mijn mannetje.

Schrijfweekend

Dat ik graag schrijf, zal voor niemand een verrassing zijn. Ik deel lief en leed met de lezers van mijn blog en vertel ook over de dingen waar ik me over verbaas in deze wereld. En dat zijn er best een aantal. Om te leren en mezelf te verbeteren lees ik boeken en volg ik cursussen. Dat is geen opgave, dat vind ik erg leuk. En ik heb ontdekt dat ik me erg thuis voel bij de Online Schrijfschool van Marelle Boersma. Leuke mensen maar ook een heel goede begeleiding.

Vandaar dat ik weer eens de stoute schoenen had aangetrokken en me had aangemeld voor een schrijfweekend. In Berg en Dal. De voorpret was al groot door de mailtjes die we vooraf heen en weer stuurden. Want je kunt wel een weekend gaan schrijven, er zal ook gegeten en gedronken moeten worden. Er werd druk afgestemd wie wat zou doen. Je krijgt daardoor al een beetje het gevoel dat je je medecursisten leert kennen. Op de locatie zelf bleek ook al snel dat we inderdaad allemaal een goede klik hadden. Er werd veel gelachen en ik denk dat iedereen zich veilig voelde. Ik in ieder geval wel.

Maar, het was geen vakantieweekend, we werden direct aan het werk gezet. De eerste avond klom ik dan ook om tien uur in mijn bed. En ik geloof dat ik een van de laatsten was, iedereen was wel een beetje afgebrand.

Wat is het toch leuk om te doen waar je blij van wordt samen met een groep mensen die dat gevoel deelt. We hadden workshops, brainstormsessies en individuele coaching. En we gingen wandelen. Lekker nat en met de modder tot boven onze enkels kwamen we weer terug. Uitgewaaid en klaar om weer verder te gaan met de verhalen waar we allemaal mee bezig zijn. Die verhalen varieerden van heel persoonlijk tot heel moorddadig.

Aan het einde van het weekend had ik de wirwar van ideeën en personages die ik in mijn hoofd had, omgevormd tot een verhaallijn en een structuur. Ik hoef het nu alleen nog maar op te schrijven (sprak zij optimistisch).

Maar ik denk dat ik ook voor mijn medecursisten spreek als ik zeg dat we een heel fijn en waardevol weekend hebben gehad. Dank je wel Heleen en Machteld voor jullie prettige begeleiding en goed adviezen. Het was top!

Arm huisje

Vroeger als kind fantaseerde ik altijd dat voorwerpen ook gevoel hadden. Dat ze onder elkaar spraken en vertelden wat ze meemaakten en soms zelfs moesten doorstaan. Als mijn oma op bezoek kwam, zuchtten de stoelen hoorbaar onder haar gewicht. Oma was een grote vrouw. Als ik mijn haarborstel liet vallen, mopperde hij dat ook een borstel blauwe plekken kon krijgen. En of ik voortaan wel uit wilde kijken.

Tegenwoordig is dat natuurlijk wel minder. Maar fantasie is iets dat zich moeilijk laat beteugelen, gelukkig, dus ik heb het altijd nog wel een beetje. En soms sla ik dan een beetje op hol.

Bij mij in de buurt staat een heel lief wit huisje. Er groeien stokrozen tegenaan, dat is in de zomer echt een plaatje. Het huisje is alleen een pechvogel. Het staat namelijk op een redelijk druk punt waar het ook nog eens onoverzichtelijk is. En de voorrangssituatie is net even anders dan de meeste mensen denken. Zo ook een paar jaar geleden. Een meisje in een bestelwagentje verleende geen voorrang, schrok, moest hard remmen en belandde op haar zijkanten tegen het huisje. Het was een behoorlijke klap en het huisje schrok enorm. Het had ook best wel schade, de dakgoot was stuk en er zat een grote scheur in de muur. Ik zag het huisje ongelukkig kijken. Het stond daar toch al heel lang, gewoon zichzelf te zijn. Het stond niemand in de weg. Althans, dat probeerde het toch.

De schade werd gerepareerd en het huisje koesterde zich weer in de zon. De stokrozen bloeiden weer en het huisje knikte vriendelijk als ik er langsliep.

Maar gisterenavond was het weer raak. Ik zat thuis aan tafel en hoorde de sirenes langskomen. De blauwe lichten waren goed zichtbaar in het donker. Natuurlijk wist ik niet wat er aan de hand was maar daar kwam ik later achter. Er was brand bij het witte huisje. Het was begonnen in de schoorsteen en daarna verder gegaan. Gelukkig ontdekten de bewoners het op tijd en konden zij voor zichzelf zorgen. Maar ach, dat huisje, ik reed er vanmorgen langs en het keek heel triest. Het had een gat in het dak en het was helemaal donker binnen. Ik kreeg er echt medelijden mee.

Ik hoop dat het weer helemaal goed komt, maar dat zal wel. Dan kan het huisje tenminste in de zomer weer genieten van de zon en de stokrozen. En ik van het huisje.