
Ik wens iedereen alle goeds voor het komende jaar. Veel liefde, geluk en een goede gezondheid. May all your wishes come true.

Het is weer zover, december, de mooiste tijd van het jaar. Tenminste, als je de supermarktreclames mag geloven. Dit jaar zijn ze weer mooier en uitgebreider dan vorig jaar. Twee eenzame mannen die ruzie hebben, een meisje dat last heeft van prikkels. Gelukkig komt het wel allemaal goed en is niemand alleen met Kerst. Als je tenminste dan je inkopen maar doet bij de supermarkt in kwestie. En je hoeft niet te denken, ik ga naar een andere supermarkt, één die niet van die overdreven reclames maakt, want dat is niet mogelijk. Ze zijn allemaal hetzelfde. Ok, de Aldi, die zegt het geld liever uit te geven aan goede aanbiedingen. Nou, eigenlijk is dat nog niet zo’n slechte gedachte. Want ik kan me ook zo maar voorstellen dat er mensen zijn die naar die reclames kijken en denken, ‘dat kan ik helemaal niet betalen.’ Die mensen zouden ook graag zo’n rijk gevulde tafel willen hebben en Jan en alleman uitnodigen voor het Kerstdiner. Maar dat gaat niet want de voedselbank verzorgt wel eten maar niet op zo’n manier.
Nee, ik begrijp best dat deze tijd zich bijzonder goed leent om lekker bij elkaar te kruipen. Kaarsje aan, drankje, hapje, gezellig. Ik ga dat ook doen hoor. Ik kan alleen niet zo goed tegen het ophemelen en idealiseren van de feestdagen. Je moet met de hele familie aan het diner. Net of dat altijd goed gaat. Je zou de families niet de kost moeten geven waar ome Jan aan het eind van de avond bijna slaags raakt met ome Bert. Omdat ze allebei een borrel te veel op hebben en de familievete weer in alle hevigheid toeslaat. Eigenlijk vind ik dat wel grappig. En dat dan hun vrouwen proberen de boel te sussen. Je kunt mensen niet dwingen gezellige dagen te hebben.
Maar goed, dat verkoopt natuurlijk niet. Dus daarom kijken we allemaal naar zoete gezinnen, in allerlei samenstellingen, met kadootjes onder de boom en de meest exotische gerechten op tafel.
Ik ben niet alleen met Kerst. En ik ben ook niet zielig. Maar ik mis wel iemand met Kerst. En die stomme reclames drukken me steeds weer met mijn neus op de feiten. Ik zal blij zijn als het allemaal weer normaal is.

Volgende maand wordt ze al een jaar, dat kleine meisje. Ze heeft wel echt haar plaatsje ingenomen in het huis, dat is zeker. Hij ligt bijna nooit meer alleen op de bank, ze ligt er normaal gesproken wel bij. Tegen hem aan of over hem heen. Wel gezellig maar soms is ze ook wel een beetje veel. En ze is heel snel, overal mee. Ze kan heel hard lopen, hij kan haar echt niet meer bijhouden. Dus doet hij dan maar net of hij even ergens aan moet snuffelen en dat hij expres stopt. Dan valt het niet zo op. Thuis ook, als hij bij het vrouwtje op schoot wil springen en hij moet even een aanloopje nemen, dan is ze hem al voor. En dan kan ze zo triomfantelijk kijken, dat is echt heel erg. Gelukkig zet het vrouwtje haar dan wel op de grond hoor, en mag hij op schoot. Stel je voor, dan kon hij nooit meer bij het vrouwtje zitten.
Verder is het ook wel heel gezellig. En eigenlijk maakt zo ook niet veel meer stuk. Alleen haar eigen speeltjes en de grote hondenmand. Die is van riet en daar knaagt ze graag aan. Dat vindt het vrouwtje niet zo heel erg, liever de mand dan de stoelpoten. Alleen had het vrouwtje zich laatst wel vergist. Een grote plant moest een grotere pot en toen had het vrouwtje ook daarvoor een rieten mand gekocht. Ja, dat was niet zo slim natuurlijk. Want Kaatje snapte niet dat je daar niet aan mocht knagen. Hij was met het vrouwtje weggeweest en toen ze thuiskwamen lag heel de vloer bezaaid. Nu staat de plant in een stenen pot, dat is veiliger.
Het enige is dat ze nog wel heel onstuimig is. Ze was laatst weggelopen, zomaar. Het vrouwtje was wel erg geschrokken want het was donker en ze liep echt gewoon de hoek om. Hij denkt niet dat ze nu nog ooit een keer los mee mag. Het vrouwtje heeft in ieder geval een nieuw tuigje voor haar gekocht. Een geel tuigje, wel weer heel opvallend. Gelukkig krijgt hij altijd gewoon mannelijke kleuren. Maar het staat haar leuk, dat dan weer wel.
Nee, in het begin had hij zo zijn bedenkingen maar nu vindt hij het toch wel heel fijn, zo’n vriendinnetje. Het vrouwtje noemt haar zijn ‘evil sister’, dat snapt hij niet zo goed maar het zal wel een koosnaampje zijn. Net als Kaat Mossel.

Ik weet het wel, klagen over het weer heeft geen zin, je kunt het toch niet veranderen, maar jongens, het mag nu toch wel eens een keer wat beter worden toch. Wat een ellende. Het wil ’s morgens maar niet licht worden. Als ik thuis werk, heb ik toch zeker tot een uur of tien het licht gewoon aan. De tuin staat blank en als Stef en Kaatje binnenkomen door het luik kan ik precies zien waar ze gelopen hebben. Ik blijf er achteraan hobbelen met een dweil.
Buiten wandelen is ook geen feest. Als het regent, kijken ze me aan met een blik van ‘nee hè, we hoeven toch niet naar buiten hè.’ Maar ja, ze moeten toch ook wel een keer naar buiten en rennen. Zeker Kaatje moet haar energie wel kwijt. Ik weet niet hoe vaak ik alle tuigjes en riemen al uitgewassen heb. Het spul ligt regelmatig te drogen op de verwarming.
Als ik wel naar kantoor ga, voeg ik me ’s morgens in de rij van zwiepende ruitenwissers. Donker, regen, oplichtende achterlichten voor je. Nee, ik kan er niet enthousiast van worden. Normaal gesproken is de herfst mijn seizoen, de kleuren, de geuren. Maar nu wordt alles weggespoeld. Je kunt niet eens met goed fatsoen een grote berg bladeren uit elkaar schoppen. Alles plakt aan elkaar en het enige dat je er mee opschiet is dat je kleren onder de troep en de modder zitten.
Waar het wel heel goed weer voor is, is voor paddenstoelen. Ik ben al de grootste exemplaren tegengekomen die ik ooit heb gezien. Pas zag ik ook nog iemand voorovergebogen foto’s maken van drie enorme vliegenzwammen. Die stonden daar gewoon zomaar, in de berm naast de weg. Kabouter Spillebeen zou er jaloers op zijn geworden. Deze paddenstoelen zouden niet zomaar ‘gekrakt’ zijn. Daar had hij best een tijdje op kunnen wiebelen. En dat triggert dan toch wel weer mijn fantasie. Als kind maakten we kijkdozen. Met mos, kastanjes, bladeren en ja, inderdaad, ook paddenstoelen. Dat mocht toen nog. Nu weten we dat we die netjes moeten laten staan maar in mijn tijd bij de Jeugdnatuurwacht (ja ja) gingen we gewoon nog op pad om dat soort dingen te verzamelen. Die werden zorgvuldig gerangschikt in een schoenendoos waar we dan een kijkgaatje in maakten aan de voorkant. Ik weet eigenlijk niet wat we er dan verder mee deden. Waarschijnlijk stond het op de slaapkamer tot mijn moeder vond dat het ging stinken en zij het in de vuilnisbak gooide. Ik kan met ook niet herinneren dat ik er ooit een gemist heb.
Ach, het zal toch echt wel weer een keer beter weer worden? Het ziet er de laatste dagen in ieder geval al wel naar uit. Stef en Kaatje kunnen vast binnenkort weer een keer door het bos sjezen zonder thuis te komen met een bruine vacht in plaats van een mooie zwarte. Want pootjes poetsen is niet hun favoriete bezigheid. En stofzuigen niet de mijne.