Kaatje

Eigenlijk heeft ze het best wel goed getroffen. Ze mag hartstikke veel en met haar grote broer Stef mag ze allerlei avonturen beleven. Ze zijn al naar zee geweest zelfs. Poeh, dat was wel veel water. Maar Stef was er niet bang voor dus ze was er maar gewoon achteraan gehold. Als Stef het kon, mocht zij toch niet achterblijven. En het was gewoon heel leuk. 

Ook mag ze gewoon op de bank liggen. Dat is wel fijn want als ze dan over de leuning gaat hangen, kan ze mooi naar buiten kijken. Ze mag alleen niet blaffen als er mensen langs komen, dat is dan wel weer minder. Niet dat er heel veel mensen langs komen, maar ze wil toch altijd wel even laten merken dat ze er is. 

Met het vrouwtje gaat ze ook naar school. Dat is grappig. Daar zijn heel veel honden waar je mee kunt spelen. De meesten zijn groter dan zij maar dat deert haar niet. Met een aanloop kun je daar best bovenop springen. En meestal schrikken ze dan toch best. Soms, als ze te druk wordt, komt het vrouwtje haar halen. Ze protesteert dan wel maar eigenlijk is het niet zo erg. Want dan kan ze lekker afkoelen in het bad zonder dat ze gezichtsverlies lijdt. Het is ook leuk om het vrouwtje te plagen. Dan doen ze een oefening waarbij ze moet blijven zitten als het vrouwtje met haar rug naar haar toe wegloopt. Ha, ze loopt dan stiekem iedere keer mee. Maar laatst had het vrouwtje het daarover met de mevrouw van de hondenschool dus er zal wel iets gaan gebeuren. Hmm.  

Ze heeft ook al zo’n rare band om haar neus gekregen. Als ze dan aan de riem trekt, buigt haar hoofd naar beneden. Nou, dan ben je zo klaar met trekken. Dat is echt niet grappig.  

Wel was het vrouwtje laatst echt boos, dat zag ze wel. Ze had nl. voor de tweede keer in een week tijd de hondendeur kapot gemaakt. Ze kreeg niet op haar kop hoor, dat niet, want het vrouwtje had niet gezien dat ze dat had gedaan. Maar het vrouwtje was niet blij, dat was wel duidelijk. Ze heeft zich voorgenomen om daar nu maar af te blijven. Stel je voor dat ze overdag niet meer los in huis mag blijven. Dat zou toch wel heel vervelend zijn. Dan kan ze niet meer lepeltje – lepeltje tukken op de bank met Stef. 

Verantwoord eten

Vegan is tegenwoordig het toverwoord in de keuken. Je kunt geen tijdschrift openslaan of geen website bezoeken of je wordt met je neus op de feiten gedrukt. Alles moet verantwoord en vegetarisch. Vlees is iets dat niet meer kan. We hebben vervangers en we eten groenten. Vervangers, het klinkt bijna als sciencefiction. Dan denk ik terug aan het eten dat mijn moeder vroeger op tafel zette. We aten bijna iedere dag vlees, aardappelen en groente. In het weekend werd dit wel eens vervangen door nasi, iets nieuws in die tijd, of stevige soep. Maar in de week, als we naar school gingen en mijn vader moest werken, dan aten we Hollandse kost. Dat kon ook in de vorm van een ovenschotel, ik herinner me nog de prei- met aardappelpureeschotel. Wat mijn moeder er verder bij deed, heb ik eigenlijk nooit gevraagd. Maar het was wel heel lekker. Gewoon eenvoudig en eerlijk eten. Daar was toen nog niks mis mee. We aten bitterkoekjespudding, custardsaus over warme appels, suiker in overvloed. Dat was toen nog niet slecht. En eigenlijk was het ook niet slecht, want niet alles kwam uit een potje. Niet alles was chemisch behandeld met allerlei toevoegingen en e-nummers. Je kon het ook niet zo heel lang bewaren, eten bedierf veel eerder dan nu.

Ik weet ook zeker dat wij geen plofkip aten. Want mijn moeder wist precies waar het eten vandaan kwam. Ze haalde haar groenten en eieren bij boeren uit de buurt. Vlees kwam van de slager. Er kwam een man langs de deur met mosterd. Ik weet het nog goed, wij noemden hem oneerbiedig het mosterdmannetje en hij reed in een donkergroene NSU. Dat is allemaal verleden tijd, tegenwoordig kopen we alles in de supermarkt. NSU’s zijn niet meer zichtbaar in het straatbeeld. De boodschappen worden thuis bezorgd, dat wel, net als vroeger, maar toch is het anders. We weten niet meer waar ons eten vandaan komt. Supermarkten beconcurreren elkaar kapot. Ten koste van dierenwelzijn.

Maar uiteindelijk is het onze eigen schuld. Zolang wij niet meer willen betalen voor onze kippenpootjes, zullen er altijd misstanden blijven. En dat is iets waar ik wel rekening mee probeer te houden. Ik ben me er van bewust dat er veel dierenleed verborgen zit achter een plofkip. Kiloknallers zul je bij mij niet aantreffen. Liever minder en dan eerlijk.

Natuurlijk eet ik ook volgens de moderne richtlijnen. Niet te vet, niet te veel zout, veel groente. Maar als iedereen geniet van de gehaktballen die ik maak volgens het oude recept van mijn moeder, dan is dat voor mij toch wel een compliment. En dan zijn de food-influencers toch echt even vergeten.

Hoog risico hond

Eens in de zoveel tijd steekt de aloude discussie weer de kop op. ‘Moeten er maatregelen getroffen worden ten aanzien van Hoog Risico honden?’ Als bezitter van twee Engelse Staffordshire Bullterriërs gaat mij dat natuurlijk aan. Want Stef en Kaatje staan op die lijst. Meestal sta ik daar niet bij stil maar soms word ik met mijn neus op de feiten gedrukt. Want gaan we het fokken van die honden verbieden? Moeten ze voortaan een muilkorf gaan dragen? Of moeten de eigenaars van die honden misschien verplicht op training? Dat laatste zou ik best wel billijk vinden. Ik ben er nl. van overtuigd dat het niet ligt aan de honden maar aan de baasjes. Een potente hond als een Stafford, of een van de andere honden op de lijst, is heel makkelijk te verpesten.

Daarmee wil ik niet zeggen dat mijn honden nooit iets zullen doen. Helemaal niet. Ik wil alleen maar zeggen dat ik als eigenaar altijd verantwoordelijk ben. In de tijd dat mijn maatje en ik naar de camping in de Ardennen gingen, kwamen er vaak kinderen langs ons plekje lopen. Regelmatig vroegen ze, ‘mag ik de hond aaien?’ Dat mocht altijd. We bleven er bij en Stef liet het zich heerlijk welgevallen. Andere keren werd er gevraagd, ‘mogen wij Stef uitlaten?’ En dat mocht niet van ons. Nooit. Stel je voor. Je weet niet wat er gebeurt, de hond kan schrikken, het kind kan schrikken. En als Stef zich gaat verdedigen dan gaat het echt fout. Ik moet er niet aan denken, ik zou het mezelf nooit vergeven.

Als ik dan lees dat mensen een kruipende baby alleen in de kamer laten met een hond. Ik weet niet hoor, maar hoe dom kun je zijn. Een hond ziet een baby of een peuter als iemand die onder hem staat in de roedel. Die dus gecorrigeerd mag worden. En dat kan best lang goed gaan, maar dat kan ook weleens helemaal fout gaan. En dan zijn er alleen maar verliezers. Het kind, de ouders, de grootouders en ook de hond.

Daarom ben ik altijd alert. Want ik moet er niet aan denken dat ik met Stef of Kaatje naar de dierenarts moet. Ik moet het verstandigste zijn want de hond trekt altijd aan het kortste eind.

Gezellig uit eten

Ik ga graag uit eten. Heerlijk aan een tafel schuiven en op een kaart kijken wat je gaat eten. Wijntje erbij. Lekker kletsen over vanalles en nog wat. Mijn maatje en ik deden het geregeld. Graag met vrienden maar ook wel samen. Soms heel simpel en bij gelegenheden in een wat duurder restaurant hier in de buurt. Ook nu vind ik het nog steeds heerlijk. Als een goede vriend zegt, ‘zullen we vanavond..’, dan zeg ik altijd al ja voor hij is uitgesproken. We hebben hier in de buurt een restaurantje gevonden dat uitblinkt in kneuterigheid. Klein maar heel gezellig. Toen we laatst aanschoven en de serveerster met twee glazen witte wijn aan kwam zonder dat we iets hoefden te zeggen, zeiden we tegen elkaar; ‘we komen hier iets te vaak.’ 

Maar, het moet ook wel betaalbaar blijven. In Nederland uit eten gaan is best wel aan de prijs. Toch blijkt het in sommige andere streken nog veel en veel duurder te zijn. Ik las een bizar artikel waaruit blijkt dat sommige restaurants gewoon met elkaar afspreken dat ze data van klanten opslaan zodat ze kunnen screenen op de ‘grote uitgevers’. In Frankrijk, in St. Tropez, schijnt dat te gebeuren. Er is een database in het leven geroepen waarin keurig wordt bijgehouden wat je hebt uitgegeven en, ook belangrijk, hoeveel fooi je hebt gegeven. En als dat niet voldoende is, word je niet meer geaccepteerd. Dan is het helaas, maar alle plaatsen zijn al bezet. Behoorlijk illegaal, maar ja, als iedereen eraan meedoet. 

Het schijnt zelfs dat een Italiaanse gast ooit achterna is gelopen omdat hij te weinig fooi gaf. De arme man had 500 euro extra op tafel laten liggen maar werd toch als een gierigaard bestempeld. Ik denk niet dat ik snel in aanmerking kom voor een plaatsje in een dergelijk restaurant. Ik ben niet het prototype zuinige Hollander die geen fooi geeft, maar 500 euro vind ik toch wel een beetje te gek.  

Inmiddels is de burgemeester eraan te pas gekomen. Hij gaat met de plaatselijke restaurateurs in gesprek om hen te wijzen op hun verantwoordelijkheid. Als ik de de Franse mentaliteit zo eens bekijk, zal dat best onder het genot van een goed gerecht en een lekker glas wijn zijn. Ik ben benieuwd naar de maatregelen.