
Ik dacht altijd dat ik best goed was in onze Nederlandse taal. Dat ik best wist hoe en waar ik komma’s en hoofdletters moest gebruiken. Tenslotte word ik altijd redelijk narrig als mensen het hebben over me boek en zich irriteren aan mijn commentaar daarop. Natuurlijk maak ik ook fouten, dat weet ik echt wel. En soms krijg ik ook opmerkingen, zelfs van professionals, dat ik iets te veel spreektaal gebruik in mijn blogs. Ik probeer er op te letten. Maar, ik vond dat ik toch altijd wel aandacht schonk aan de manier waarop ik mijn teksten op papier zette.
Totdat een echte redacteur het verhaal dat ik heb geschreven voor de Texel-verhalenbundel Voetsporen onder ogen kreeg. En ik het weer terug ontving. Poeh, tijd voor een lesje nederigheid. Want er zat niet één fout in, er zaten ettelijke tientallen fouten in. Zeker, over het algemeen weet ik wel wanneer ik deetjes en teetjes moet gebruiken maar mijn interpunctie is echt om te huilen. Komma’s waar punten moesten, kleine letters die toch echt een hoofdletter moesten zijn. Oei, het was niet mals.
Het leuke en leerzame er van is, dat je ook zelf je fouten moet herstellen. En dan heel goed moet kijken of je geen nieuwe fouten maakt. Dat je een zin herschrijft omdat er een fout in zit, maar dat je dan bijvoorbeeld weer twee nieuwe maakt. Want dat kan zomaar gebeuren. En dan maak je je werk niet beter maar slechter.
Door al deze ervaringen krijg ik toch steeds meer ontzag voor alles dat komt kijken bij het proces van het uitgeven van een boek. Want dan is het verhaal geschreven en dan begint het pas. De schrijver denkt dat hij of zij een helder en duidelijk relaas op papier heeft gezet. Tenslotte kan de schrijver in het hoofd van de personages kijken, hij heeft ze immers zelf bedacht. Maar de lezer kan dat niet. Want die ziet alleen wat de schrijver laat zien. En die kan in zijn ongeduld of arrogantie nog wel eens denken, ‘nou, dat snap je toch wel.’
Ik ben erg blij dat ik aan het avontuur van de schrijfweek ben begonnen. Natuurlijk ook omdat het mijn allereerste vakantie alleen was. Maar ook omdat er ongelooflijk veel van leer. En wie weet, misschien lukt het me om het boek dat in mijn hoofd zit echt op papier te krijgen. Een boek, hoeveel fouten zullen daar dan wel niet in zitten. Arme redacteur.

Als eindredacteur kreeg ik ooit een rood gekalkte concepttekst terug.
Ik wist mij geen raad.
Jaren terug heeft een neerlandica zich ontfermt over mijn blogposts. Ook dat werd een lastig proces.
Nu word ik soms op mijn foute ‘d’ of ‘t’ gebruik gewezen.
Foutloos schrijven? Ik doe er mijn best voor!
Stille groet,
LikeLike
Bij een aantal trajecten waarin ik actief was middels redactioneel of boektekstwerk werd altijd een eindredacteur ingezet die alle teksten met een vergrootglas en de nodige kennis van de Nederlandse taal nakeek en corrigeerde. Dat is dan ook van belang omdat die teksten de wereld in gaan in redelijke oplagen en echte fouten niet worden geapprecieerd door het lezerspubliek dat veelal toch ook uit professionele hoek stamde. Bij blogs ligt dat toch anders. Daar leg je een persoonlijke nooit in, je vertelt een leuk verhaal of verhaalt over iets dat je dwars zit. Als je daar ook al zeer strenge criteria toepast wordt het vaak net even te glad. Overigens maak ik veel van mijn blogs vooraf, lees je soms diverse malen door, wijzig nog iets links of rechts, maar laat veelal de strekking intact. En omdat de meeste reacties hier of op andere sociale media op inhoud binnenkomen en zelden op die ene punt die ik dan net nog miste, valt het kennelijk nogal mee. Laat je niet te veel afleiden door kritiek. Een auteur moet ook herkenbaar zichzelf zijn en niet een kloon van anderen… De meest succesvolle schrijf(st)ers hebben die stijl allemaal zelf ontwikkeld…En terecht…
LikeGeliked door 1 persoon
Ik schrijf ook niet zonder fouten. Soms verbetert mijn vrouw de tekst van de blogpost.
LikeGeliked door 2 people
Naar mijn bescheiden mening bestaat er geen foutloos boek. Zolang het geen knoeperts van fouten zijn, vind ik dat niet erg.
Als schrijver moet je je niet laten weerhouden door kritiek en/of negatieve opmerkingen. Mijn ervaring is dat je er alleen maar van kan leren en het je helpt om een betere schrijver te worden. Je wordt nooit volmaakt. Carmiggelt zei eens dat je als schrijver nooit klaar bent met leren. Dat accepteren haalt wat druk van de ketel en maakt het schrijven zelf leuker. Daar gaat het tenslotte ook om.
LikeGeliked door 1 persoon
Ik schrijf ook graag en maak de ene fout na de ander, omdat ik mens ben en niet perfect ben. Maar op een of andere manier leest men graag mijn blogs.
Commentaar geven is heel makkelijk, de beste stuurlui staan aan wal. Ik stoor er mijn eigen niet aan als men mijn blogs taalkundig niet oké vindt. Ik schrijf vanuit het hart, zoals ik ook praat, dat is in sommige ogen en oren niet fijn. Maar ach, ik vind bekakt praten zo vreselijk klinken in mijn oren, net of men een het aardappel in hun mond heeft. Maar geef ik dat commentaar op als men zo tegen mij praat? Nee, ik laat ze in hun eigen waarde, wat zij denken dat goed is.
Maar lekker op je eigen manier boven schrijven hoor. Dat is wie je bent en je moet vooral je eigen blijven.
LikeLike