Langste dag

Afgelopen woensdag was het weer zo ver, de langste dag van het jaar, 21 juni. Tijdens de daaropvolgende midzomernacht bereikt de zon, gezien vanaf de aarde, zijn meest noordelijke positie en blijft het op de meest noordelijke plekken van de aarde de hele nacht licht. De wending van de zon wordt eeuwenlang gevierd tijdens het midzomerfeest op 24 juni en vindt zijn oorsprong in de tijd van de Vikingen. Ik heb daar wel wat mee, met die folklore en die geschiedenis.

Tijdens midzomernacht bezochten de Vikingen waterbronnen met genezende krachten en ontstaken zij grote brandstapels om kwade geesten te verdrijven. In de 7e eeuw werd het midzomerfeest een christelijk feest, doordat geestelijken het tot dan toe heidense feest koppelden aan de geboorte van Johannes de Doper op 24 juni. De katholieke kerk liet tenslotte geen enkel middel ongeschuwd om de mensen ervan te overtuigen dat hun geloof het enige ware was.

Ik heb dan toch meer met de oude betekenis. De tovenarij, trollen, heksen, elfen, draken. Mooie verhalen. Natuurlijk, ook door de overlevering steeds mooier geworden maar de symboliek erachter getuigt toch van een verbondenheid met de natuur die de meesten van ons al lang verloren zijn. Het ritueel van plukken van lijsterbessen om voor de ramen en deuren van huizen te hangen om heksen te weren wordt ook niet meer uitgevoerd. We weten niet eens dat heksen niet bestand zijn tegen de geur van lijsterbessen. En zeker, ik geloof niet in heksen, maar het is wel mooi om te lezen over al die gebruiken. Zeker in de Scandinavische landen zijn heel veel mooie legendes te vinden. Misschien omdat de mensen daar in de winter, als het er veel minder lang licht is, samen rond het haardvuur zaten en elkaar verhalen vertelden. Daar zou ik dan toch wel eens graag bij hebben willen zijn.

De langste dag, wat onvermijdelijk ook weer tot gevolg heeft dat de dagen nu korter gaan worden. Het duurt gelukkig nog lang voor we dat merken en voor we daar last van gaan krijgen. En dat ik in gedachten mijn schoonvader hoor zeggen ‘Ge kunt het al goed zien aan de dagen….’

Logeren

Soms gaat het vrouwtje wel eens op vakantie en dan moet hij gaan logeren. Meestal gaat hij dan naar de zus van het vrouwtje en haar vriend. Dat is wel supergezellig want daar wordt hij toch wel wat meer verwend dan door het vrouwtje. Vooral die vriend is wel vaak in voor een spelletje of een extra snoepje. Hij is alleen benieuwd hoe dat nu gaat met Kaatje. En of die dan ook mee mag. Want hij had het vrouwtje gehoord over een week Texel. En dat hij dan niet mee kon. Hmm.

Gelukkig bleek dat Kaatje ook mee mocht gaan logeren. Daar was hij wel blij om. Het was af en toe wel een lastig kind, maar hij kon haar toch niet zo heel goed missen. Hij hoopte alleen wel dat ze zich zou gedragen. Want daar mankeerde het toch nog wel eens aan hoor. Kaatje keek vaak toch nergens naar. Jeetje, en dan zouden ze misschien wel niet meer terug mogen komen.

Op zondagmiddag had het vrouwtje de spullen in de auto gezet en waren ze op pad gegaan. Uit logeren. Er stond zelfs een splinternieuw zwembad voor hen klaar. Het vrouwtje moest er om lachen. “Verwen ze maar”, zei ze, “dan willen ze straks niet meer weg.” Nou, eerst maar eens kijken of Kaatje wel mocht blijven. Ze liep in ieder geval al rond alsof ze er al honderd keer geweest was. Zelf liep hij ook wel door de tuin maar hij keek toch altijd wel een beetje uit. Maar Kaatje niet, die banjerde gewoon overal doorheen. Hij hield zijn hart vast.

De rest van de week gedroeg ze zich niet veel beter. Er stonden twee mooie ligstoelen buiten en daar lag de prinses op de erwt dan uitgebreid haar snoepjes op te eten. Als een echte dame. En als ze dan op waren, liet ze een boer alsof ze een oude zeekapitein was. Hij was eigenlijk blij dat ze allebei beneden sliepen en dat boven de tussendeur dan dicht was. Want Kaatje snurkte ook als een walrus. Echt, dat zo’n klein meisje zoveel lawaai kon maken. Onvoorstelbaar. En zelf had ze er natuurlijk geen erg in, nee, zij niet.

Maar ze zijn er volgens hem niet boos om. De zus van het vrouwtje stuurt wel steeds foto’s op maar dan moet ze er toch ook wel om lachen. Gelukkig maar. Want er zijn niet zo veel adressen waar voor hem speciaal worstjes worden gebarbecued. En het zou toch wel erg zijn als Kaatje daar roet voor in het eten zou gooien.

Waldorf en Statler

Als je vertelt dat je vroeger graag naar The Muppet Show keek, verraad je direct weer je leeftijd. Maar ik keek heel graag. Mijn favoriete personages waren Waldorf en Statler. Heerlijk, die twee oude mannetjes die vanaf hun balkon alles bekeken en overal commentaar op leverden. En ‘boeh’ riepen naar iedereen die zich maar op het podium waagde. Ze waren wel eerlijk in hun opmerkingen, ze vonden iedereen slecht.

Soms voel ik me ook een beetje als een van hen. Niet dat ik mezelf oud vind, dat niet. En ik denk dat ik ook best nog redelijk moderne denkbeelden heb. Daar moet je natuurlijk wel mee uitkijken, want dat vind ik zelf. En dat toets ik aan mensen van mijn leeftijd. Wat natuurlijk wel gevaarlijk is. Misschien dat mijn jonge collega’s me achter mijn rug meewarig bekijken en denken “ze kan het allemaal niet meer zo goed volgen, ach gussie.” Maar zo lang ze dat niet tegen me zeggen, leef ik in de vrolijke veronderstelling dat het allemaal nog best meevalt.

En toch gebeuren er dingen die ik niet kan volgen en niet kan begrijpen. Ik denk dat dat nog niet eens zo zeer met leeftijd te maken heeft. Want waarom moet iedereen altijd maar afgefakkeld worden. Mensen maken iets, schrijven iets of doen iets en de hele social media-wereld valt er overheen. Hele verhalen worden geschreven door mensen die anderen hun mening willen opdringen.

Ook zitten ze bij de vele praatprogramma’s die iedere avond ons televisiescherm vervuilen. Altijd weer dezelfde experts, dezelfde zogenaamd kritische mensen. Heerlijk elkaar bevestigen. Want ik snap het wel, de makers van zo’n programma nodigen natuurlijk wel de gasten uit waarvan ze denken dat ze hun standpunt delen. Of waarmee een leuke discussie gevoerd kan worden. Tenslotte wil je je kijkers niet wegjagen. Angela de Jong kan dan nog net. Daar kan het social media-publiek een dag later dan op los. De enigen die redelijk onafhankelijk reageren zijn de mensen van VI. Althans, dat hoor ik, want ik kijk al jaren naar geen enkel praatprogramma meer.

En ik ben niet roomser dan de paus hoor, ik vind ook overal iets van. Maar ik vind mijn mening niet dermate belangrijk dat ik die met de hele wereld wil delen. Ik zit liever op mijn balkon, daar heeft niemand er last van als ik ‘boeh’ roep.

Beroepskeuze

Ik heb het al eens verteld, een van mijn liefste bezigheden is mensen kijken. Op een terrasje, in de zon, en dan maar kijken wat er voorbijkomt. En dat van commentaar voorzien. Dat mag, want dat doet iedereen. Ik heb in ieder geval niet de illusie dat mensen niets van mij vinden als ik voorbijloop. Uiteindelijk vinden wij mensen overal iets van. Of het nu terecht is of niet.

En misschien is het idee van mij, maar vaak kun je aan mensen zien welk beroep ze uitoefenen. Mijn vader was onderwijzer en ik verbeeld me dat ik leraren en onderwijzers feilloos herken. En niet alleen door hun gedrag, ze willen immers alles uitleggen, maar vaak ook door de wijze waarop ze zich kleden. Vooral de wat oudere garde. Mijn vader was ook zo, redelijk conservatief in zijn voorkomen. Natuurlijk is het wel veranderd maar ik geloof niet dat zij vooroplopen in de mode.

Laatst werd ik weer bevestigd in mijn fantasie. Ik liep een pompstation binnen om af te rekenen en stond te wachten achter een meneer met een donkerblauwe pantalon en een lichtblauw overhemd. Zijn broek blonk een beetje, aan de achterkant. Hij stond stevig op een paar zwarte stappers met spekzolen. Nadat hij zijn schuld had betaald en mij vriendelijk had gegroet, liep hij naar buiten. Ik hield mijn adem in, zou hij naar het taxibusje lopen? En ja hoor, de alarmlichten knipperden en hij stapte achter het stuur. Een rasechte buschauffeur.

Natuurlijk heb ik het niet over de mensen die bedrijfskleding dragen. Dat zou niet eerlijk zijn. Maar toch zijn de meeste autoverkopers nog steeds volgens de laatste mode gekleed, net als de mensen die werken bij een reclamebureau. En mensen uit de zorg zijn wat alternatiever. Het lijkt soms toch een beetje een soort uniform. Voor mij begon dat al op school, ook daar wilde je niet uit de toon vallen.

Misschien voelen we ons dan ook wel zekerder. Zorgen we dat we in ieder geval op ons werk niet uit de toon vallen en herkenbaar zijn. Het feit dat ik het constateer wil niet zeggen dat ik het veroordeel, helemaal niet. Ik vind het alleen maar erg leuk om naar te kijken.